Is uw groepenkast geschikt voor een warmtepomp, inductiekookplaat en laadpaal?

Blog
Woning met een warmtepomp aan de gevel en een elektrische auto aan de laadpaal op de oprit

Kort antwoord: het hangt af van het aantal vrije groepen in uw meterkast, de leeftijd van uw groepenkast en of u een 1-fase of 3-fase aansluiting heeft. Een warmtepomp, een inductiekookplaat en een laadpaal vragen elk veel vermogen en hebben ieder een eigen groep nodig. In veel oudere woningen past dat niet zonder aanpassing. In dit artikel leest u hoe u zelf een eerste inschatting maakt en wanneer een installateur nodig is.

Waarom deze drie apparaten zoveel vragen

De meeste groepen in een woning zijn bedoeld voor verlichting en stopcontacten. Een warmtepomp, inductiekookplaat of laadpaal gebruikt urenlang een groot vermogen. Daarom schrijft de installatienorm NEN 1010 voor dat zulke apparaten op een eigen eindgroep worden aangesloten, zodat ze de rest van de installatie niet overbelasten.

  • Inductiekookplaat: wordt meestal aangesloten via een perilex-aansluiting op twee groepen (een zogeheten kookgroep). Een plaat van rond de 7.400 watt wordt zo over twee groepen verdeeld.
  • Warmtepomp: krijgt een eigen groep met een geschikte automaat. Of een 1-fase aansluiting volstaat, hangt af van het vermogen van het type; zwaardere all-electric warmtepompen hebben vaak 3-fase nodig. Het installatievoorschrift van de fabrikant is hier leidend.
  • Laadpaal: moet volgens NEN 1010 op een eigen groep met een eigen installatieautomaat en aardlekbeveiliging. Heeft de laadpaal zelf geen ingebouwde 6 mA DC-detectie, dan is een aardlekschakelaar type B nodig in plaats van type A.

Hetzelfde geldt voor andere zware gebruikers die vaak tegelijk worden aangeschaft, zoals een airco of infraroodpanelen, een close-in boiler of een thuisaccu bij zonnepanelen. Elk apparaat dat langdurig veel vermogen vraagt, telt mee in de verdeling over de groepen en in de totale belasting van uw aansluiting. Neem ze daarom mee in het plan, ook als u ze pas later aanschaft.

Zelf controleren: vijf punten in uw meterkast

U hoeft de groepenkast niet open te maken om een eerste indruk te krijgen. Kijk naar het volgende:

  1. Hoeveel groepen heeft u? Tel de automaten (de schakelaartjes) in de groepenkast. In een gemiddelde woning zijn alle groepen vaak al in gebruik voor licht en stopcontacten.
  2. Zijn er vrije plekken? Zit er nog lege ruimte op de rail, of afdekplaatjes waar een automaat kan komen? Zonder vrije plekken is uitbreiding vaak niet mogelijk zonder een grotere kast.
  3. 1-fase of 3-fase? Bij een 3-fase aansluiting ziet u op de hoofdschakelaar meestal drie of vier ingaande draden en op de meter vaak een vermelding als 3x230/400V. Een 1-fase aansluiting heeft er twee. Twijfelt u, vraag het dan na bij uw netbeheerder of laat het controleren.
  4. Hoe oud is de kast? Zijn er nog schroefstoppen (porseleinen zekeringen) in plaats van automaten, of ontbreken aardlekschakelaars? Dan is de kast niet geschikt voor deze apparaten en is vervangen het verstandigst.
  5. Hoeveel aardlekschakelaars? Aardlekschakelaars herkent u aan de testknop met een T. Lange tijd was de regel maximaal vier groepen per aardlekschakelaar. Hangen er al vier achter elke aardlek, dan is er voor nieuwe groepen ook een extra aardlekschakelaar of aardlekautomaat nodig.

Is uw aansluiting zelf zwaar genoeg?

Naast de groepenkast speelt de aansluiting van het net een rol. Veel oudere woningen hebben een 1-fase aansluiting van 1x35A, goed voor ongeveer 8.000 watt in totaal. Nieuwere woningen hebben vaak 3x25A. Wilt u een warmtepomp, inductie en laadpaal tegelijk gebruiken, dan is een 1-fase aansluiting al snel te krap.

Een zwaardere aansluiting vraagt u aan bij de netbeheerder. Daar zitten eenmalige kosten aan, en daarnaast kosten voor het aanpassen van de meterkast. Houd rekening met een wachttijd van enkele weken tot maanden; in gebieden met netcongestie kan het langer duren. Een goede installateur kijkt daarom eerst of slim verdelen ook kan, bijvoorbeeld een laadpaal die het laadvermogen automatisch afstemt op wat de rest van het huis gebruikt.

Groepenkast uitbreiden of vervangen?

Is de kast nog vrij nieuw, heeft hij automaten en voldoende aardlekschakelaars en zijn er vrije plekken, dan kan uitbreiden met extra groepen vaak volstaan. Bij een oudere kast, zonder ruimte of met schroefstoppen, is vervangen meestal de veiligere en op termijn voordeligere keuze. Een nieuwe kast wordt dan meteen ingericht op uw plannen, zodat u later niet opnieuw hoeft aan te passen.

Tip: plant u meerdere apparaten verspreid over een paar jaar? Laat de groepenkast dan in één keer geschikt maken voor alles. Dat scheelt dubbel werk.

Wanneer schakelt u een installateur in?

  • Als er geen vrije groepen of plekken meer zijn in de groepenkast.
  • Als u nog schroefstoppen heeft, of als er groepen zonder aardlekbeveiliging zijn.
  • Als u niet zeker weet of u een 1-fase of 3-fase aansluiting heeft, of of die zwaar genoeg is.
  • Altijd voor het aansluiten zelf: werken in de groepenkast en het plaatsen van een kookgroep, warmtepompgroep of laadpaalgroep hoort volgens NEN 1010 uitgevoerd te worden door een vakman.

Laat het goed regelen

PiJelCo Power Design controleert uw meterkast en adviseert wat er nodig is: van een extra groep tot een complete nieuwe groepenkast. We plaatsen ook uw laadpaal, sluiten zonnepanelen aan en verzorgen al het andere elektrotechnische werk. Wilt u weten of uw meterkast klaar is voor de toekomst? Neem contact op voor een vrijblijvende offerte.

Meer artikelen

Klaar om te starten?

Vraag vrijblijvend een offerte aan of neem direct contact op. Wij nemen binnen één werkdag contact met u op.